Keratoconus
Keratoconus is een relatief veelvoorkomende aandoening, naar schatting treft het ongeveer 50 op de 100.000 mensen. Het betreft een geleidelijke verdunning en uitstulping van het centrale en paracentrale hoornvlies, waardoor het op een kegel gaat lijken. Deze aandoening kan erfelijk zijn (ongeveer 10% van de gevallen). De aandoening begint vaak in de adolescentie en stabiliseert zich na het bereiken van de volwassen leeftijd. Desalniettemin moet de patiënt onder constante controle van een specialist blijven. In sommige gevallen kan, naarmate de ziekte zich later in het leven ontwikkelt, perforatie van het hoornvlies optreden, met littekenvorming van het hoornvliesoppervlak tot gevolg.
Symptomen:
Keratoconus treft vaak beide ogen, waarbij het ene oog zich in een verder gevorderd stadium bevindt dan het andere.
Naarmate de ziekte vordert, kan er een significant onregelmatig astigmatisme ontstaan.
De patiënt klaagt over onvoldoende zicht.
Een specialist die het voorste oogsegment met een spleetlamp onderzoekt, ziet afwijkingen, waaronder fibrose van het membraan van Bowman – een van de lagen van het hoornvlies.
Een methode om de ernst van keratoconus vast te stellen is corneatopografie. Dit onderzoek is een standaardprocedure die bijvoorbeeld wordt uitgevoerd tijdens een consult voor laserbehandeling. Het doel is om de beginstadia van de aandoening te detecteren en te voorkomen dat de patiënt refractieve chirurgie moet ondergaan.
Behandeling
In vroege, milde gevallen kan een bevredigende gezichtsscherpte worden bereikt met een bril of zachte contactlenzen. In meer gevorderde stadia is de keuze voor harde lenzen nodig om de patiënt meer kijkcomfort te bieden. Om de progressie van de aandoening te vertragen, wordt corneale collageencrosslinking toegepast. Bij deze procedure worden riboflavinedruppels met nauwkeurig vastgestelde tussenpozen toegediend, waarna het hoornvliesoppervlak wordt blootgesteld aan UVA-straling. De maximale duur van de procedure, inclusief voorbereidingen, is ongeveer 60 minuten.