Het Italiaanse deel van de Alpen is een bergketen die over de hele wereld bekend is. Het trekt zowel in de zomer miljoenen toeristen vanwege de wandelpaden en fietsroutes, als in de winter, omdat de skipistes hier werkelijk extreme ervaringen garanderen. Bovendien zijn de schoonheid van de natuur, talrijke stuwmeren en pittoreske stadjes als Livigno of Madonna di Campiglio voldoende redenen om een reis naar de Alpen te plannen. Beide resorts bruisen het hele jaar door van het leven en bieden een breed scala aan sport- en andere attracties.
De Italiaanse Alpen zijn verdeeld in drie hoofdgroepen. De eerste groep, de Westelijke Alpen, strekt zich uit van noord naar zuid van Aosta tot aan de Cadibonapas, met de hoogste toppen: Mount Viso – 3.841 meter en Gran Paradiso – 4.061 meter. De tweede groep, de Centrale Alpen, loopt van west naar oost van de Westelijke Alpen naar de Brennerpas, die naar Oostenrijk en de Trentino Alto Adige-vallei leidt. Tot deze groep behoren ook hoge toppen zoals de Monte Bianco (Mont Blanc) met een top van 4.807 meter net op de grens in Frankrijk, de Monte Cervino (Matterhorn) 4.478 meter, de Monte Rosa met een top van 4.634 meter net op de grens in Zwitserland en Mount Ortles 3.905 meter. De laatste groep, de oostelijke Alpen, strekt zich uit van west naar oost van de Brennerpas tot Triëst en omvat de Dolomieten en de Monte Marmolada met een hoogte van 3.343 meter.